Kansstad of Verliesstad? De keuze die wij vandaag maken

4–6 minuten
containers around canal in copenhagen


Gisteravond hebben mogelijk miljoenen Nederlanders gezien hoe ons land er over honderd jaar uit zou kunnen zien in het programma Nieuw Nederland. Een Nederland waarin de zeespiegel verder stijgt, waarin delen van ons huidige landschap verdwijnen en waarin nieuwe steden – zogenaamde Kanssteden – worden ontworpen om toekomstige generaties een veilige plek te bieden.

Het is fascinerende televisie. Maar het zou vooral een ongemakkelijke vraag moeten oproepen:

Waarom zijn we zo druk met de problemen van vandaag, terwijl de grootste uitdagingen van morgen zich al aankondigen?

De toekomst komt niet plotseling

Wanneer we praten over klimaatverandering, denken veel mensen automatisch aan het jaar 2100. Dat voelt ver weg. Verder dan onze loopbaan. Verder dan ons pensioen. Misschien zelfs verder dan ons eigen leven.

Maar juist daarin schuilt het gevaar. De gevolgen van klimaatverandering worden misschien pas volledig zichtbaar over tientallen jaren, terwijl de keuzes die bepalen hoe groot die gevolgen worden juist vandaag genomen moeten worden.

Een klimaatbestendig Nederland bouw je namelijk niet in vijf of tien jaar. Nieuwe woongebieden ontstaan niet van de ene op de andere dag. Waterveiligheidsprojecten duren decennia. Energie-infrastructuur wordt gebouwd voor meerdere generaties. Grote ruimtelijke keuzes werken soms een eeuw door.

De Deltawerken waren geen project van één kabinet. Ze waren het resultaat van een generatie die bereid was verder te kijken dan de volgende verkiezingen. En precies dat lijkt Nederland vandaag steeds moeilijker af te gaan.

Nederland is de kunst van vooruitdenken verloren

Nederland is letterlijk gebouwd door mensen die verder vooruitkeken dan zijzelf. Onze voorouders legden dijken aan die hun kleinkinderen zouden beschermen. Ze droogden polders in waarvan zij zelf niet meer alle voordelen zouden meemaken. Ze investeerden in infrastructuur, onderwijs en waterbeheer omdat zij begrepen dat sommige opgaven groter zijn dan één generatie.

Tegenwoordig lijken we vooral bezig met de volgende begroting, de volgende peiling en de volgende verkiezingen. Daardoor ontbreekt steeds vaker het langetermijndenken dat Nederland juist groot heeft gemaakt. Dat zien we op de woningmarkt. Dat zien we bij vergrijzing. Dat zien we bij infrastructuur. En dat zien we misschien wel het duidelijkst bij klimaat en waterveiligheid.

Terwijl wetenschappers al jaren waarschuwen voor stijgende zeespiegels, extremer weer, droogte en wateroverlast, ontbreekt nog steeds een nationale visie die daadwerkelijk honderd jaar vooruitkijkt. Niet omdat de kennis ontbreekt, maar omdat de politieke aandacht vaak niet verder reikt dan vier jaar.

We hadden eigenlijk al moeten beginnen

Misschien is de belangrijkste conclusie van Nieuw Nederland wel dat de toekomst dichterbij is dan we denken. Wanneer experts spreken over een Nederland in 2126, lijkt dat nog een eeuw weg. Maar als de voorbereiding van een klimaatbestendig land vijftig tot honderd jaar kost, dan zitten we al midden in die periode.

Sterker nog: als we eerlijk zijn, hadden we waarschijnlijk jaren geleden al moeten beginnen. Niet per se met alle bouwprojecten. Niet met het verplaatsen van complete steden. Maar wel met het maken van fundamentele keuzes.

Waar bouwen we de komende generaties nog woningen? Welke gebieden beschermen we tegen elke prijs? Welke infrastructuur hebben toekomstige Nederlanders nodig? Hoe zorgen we ervoor dat onze economie, energievoorziening en leefomgeving bestand zijn tegen een veranderend klimaat? Wie betaalt de rekening van deze noodzakelijke investeringen? Dat zijn geen vragen voor onze kinderen. Dat zijn vragen voor ons. Want wie een Nederland voor 2126 wil bouwen, moet in 2026 beginnen.

De rekening wordt doorgeschoven

KansrijkNL spreekt vaak over de generatiekloof. Meestal gaat dat over woningen, studieschulden, pensioenen of vermogensongelijkheid. Maar klimaatverandering is misschien wel de grootste generatiekwestie van allemaal.

De uitstoot van vandaag veroorzaakt de problemen van morgen. De politieke keuzes van vandaag bepalen hoeveel ruimte toekomstige generaties straks nog hebben. De investeringen die wij nu uitstellen, zullen later tegen veel hogere kosten alsnog moeten worden gedaan.

Eigenlijk gebeurt hier hetzelfde als op zoveel andere terreinen. We genieten vandaag van de voordelen, maar we schuiven een deel van de rekening door naar mensen die daar zelf niets over te zeggen hebben. Dat is niet alleen economisch onverstandig; het is ook een kwestie van rechtvaardigheid.

Kansstad begint niet in 2126, maar vandaag

Wat interessant is aan het idee van een Kansstad, is dat het laat zien dat Nederland nog steeds in staat is om groot te denken. Om vooruit te kijken. Om oplossingen te bedenken voor problemen die nog niet volledig zichtbaar zijn.

Maar een Kansstad mag geen excuus worden om moeilijke keuzes uit te stellen. Want de beste Kansstad is niet een nieuwe stad die we ooit bouwen omdat de problemen te groot zijn geworden. De beste Kansstad is een Nederland dat tijdig investeert zodat toekomstige generaties überhaupt nog zoveel mogelijk keuzes hebben.

Dat betekent investeren in klimaatbestendige woningbouw, zoals drijvende wijken. Ruimte maken voor water. Versneld verduurzamen waar dat effectief is. Inzetten op innovatie. En vooral: structureel verder vooruitkijken dan de volgende kabinetsperiode.

Geef de toekomst een stem

Een van de kernideeën van KansrijkNL is de verplichte generatietoets. Niet omdat iedere beslissing automatisch klimaatbeleid moet worden, maar omdat iedere grote beslissing zichtbaar moet maken wat de gevolgen zijn voor toekomstige generaties.

We toetsen begrotingen op financiële effecten. We toetsen wetten op juridische gevolgen. Waarom toetsen we beleid niet standaard op de gevolgen voor Nederlanders die over twintig, vijftig of honderd jaar met die keuzes moeten leven?

Juist bij onderwerpen als klimaat, wonen, infrastructuur en natuur zou dat vanzelfsprekend moeten zijn. Want de toekomst heeft geen lobbyisten. De toekomst heeft geen belangengroepen. De toekomst stemt niet mee. Een ombudsman voor toekomstige generaties zou juist deze belangen over het voetlicht moeten brengen in Den Haag.


“Het systeem beschermt bezit beter dan toekomst.” Misschien geldt dat nergens zo duidelijk als bij klimaat en waterveiligheid. Juist daarom moeten we vandaag beginnen met het bouwen aan het Nederland van morgen.

Geef een reactie

Ontdek meer van KansrijkNL

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder